![]() |
|
|
![]() |
(in het nederlands) |
![]() |
![]() ![]() Tekeningen van de verovering van de "Spaanse Zilvere Vloot"
In 1626 werd hij als admiraal van een grote vloot naar de Caribische Zee
gezonden om met de daar aanwezige scheepsmacht van Boudewijn Hendrikszoon een
Spaanse zilvervloot te veroveren. Piet Heyn kon de schepen van de inmiddels overleden
Hendrikszoon niet traceren en voldeed niet aan zijn opdracht. Maar op zijn speurtocht
naar de vloot van Hendrikszoon haalde hij in 1627 in de Allerheiligenbaai een
aanzienlijke buit binnen. Het bekendste wapenfeit uit de loopbaan van Heyn is de
verovering van de Spaanse zilvervloot bij en in de baai van Mantanzas op 6e en 7e
september 1628. De oorlogsbuit die hij veroverde op generaal Benevides, bestond
uit twaalf miljoen gulden. Voor die tijd een immens vermogen. De roem van Piet Heyn als uitstekend strateeg en tacticus snelde hem vooruit.
Bovendien had hij de naam een krachtige en rechtvaardige leider te zijn van wie
een groot enthousiasme uitging. Voor Prins Maurits en de Staten van Holland en
West-Friesland was hij dé man om als buitenstaander de marine te vernieuwen.
In 1629 werd hij als luitenant-admiraal van Holland en West-Friesland aangesteld.
De nieuwe bevelhebber was slechts enkele maanden in functie toen hij sneuvelde in
een gevecht tegen de Duinkerkse kapers bij de 'Vlaamsche Banken'. De roemrijke
loopbaan van eindigde abrupt op 20-juni-1629. Piet Heyn
werd 51 jaar; hij werd op 4 juli in de Oude Kerk in Delft begraven. Zijn tombe in
de Oude kerk te Delft is het werk van Pieter de Keyser. Pieter Pieterszoon Heyn
is niet vergeten. Zijn heldendaden blijven voortleven, vooral in liederen op de
tribunes van de voetbalstadions.
![]() ![]() Portrait-Schilderijen van Luitenant-Admiraal Pieter Pieterszoon Heyn Koning Willem III onthulde op 17e oktober 1870 het standbeeld van de
Delfshavense zeeheld Pieter Pieterszoon Heyn. De admiraal die ooit de Spaanse zilvervloot
veroverde, werd 150 jaar na zijn dood geëerd met een indrukwekkend standbeeld.
Het beeld is drie meter hoog en gemaakt van Udelfangersteen. Het stelt de admiraal
Piet Heyn voor op het moment dat hij het commando geeft om de vloot van de Duinkerkse
kapers aan te vallen.
Symbolen onderstrepen de macht die hij had op het toppunt van zijn roem. Met zijn
rechterhand omklemt hij de bevelhebbersstaf, terwijl hij met de linkerhand zijn
zwaard vasthoudt. Op zijn wapenrok prijkt een onderscheiding die hij kreeg na de
verovering van de zilvervloot. Zoals de mode in die tijd voorschreef, is Heyn
gehuld in een wapenrok, zijn korte broek reikt tot de knie en zijn voeten zijn
gestoken in hoge zeelaarzen. Als bevelhebber van de zeemacht had Heyn de
beschikking over oorlogsschepen. Het kanon aan zijn voeten met het anker en het
daaraan bevestigde touw waarin een knoop is gelegd, symboliseren de vloot. |
![]() |
Man sollte an die Vergangenheit denken, ohne sich allzu schwer- mutig Sehnsucht in sie zu versenken. Vincent van Gogh Wir wollen aus der Vergangen- heit das Feuer übernehmen, nicht die Asche. Jean Jaurés |
Jos Graven, een beeldhouwer uit 's Hertogenbosch, heeft het standbeeld vervaardigd,
zoals blijkt uit de achterzijde van het beeld onder in de plint waarin zijn naam staat gebeiteld. De fotografie was in de tijd
van Piet Heyn nog niet uitgevonden. Toch probeerde Graven een beeld te maken dat gelijkenis vertoonde met de levende Heyn.
Daarom heeft hij voor het gelaat van Heyn gebruik gemaakt van een tekening van de schilder Houbraken. Het voetstuk, waar het
standbeeld op staat, is vervaardigd uit Escausinsche steen, en is 2,86 meter hoog. Het is gemaakt door de steenhouwer J.B. Verhoogh.
Op de voorzijde van het voetstuk is het wapen van Piet Heyn afgebeeld: een kraai op een heining die beschermd is door een helm.
Daarachter kan men de favoriete zinspreuk van Heyn lezen: 'Argentum Auro, Utrumque, Virtuti Cedit'. Vrij vertaald betekent deze spreuk:
'Het is mooi dat ik de zilvervloot heb gewonnen, maar goud en deugdzaamheid zijn belangrijker dan zilver'. | ![]() |
Ook de wapenschilden van Delfshaven en Holland zijn weergegeven. Links zijn
de haring en de drie korenaren van Delfshaven afgebeeld met de tekst: 'geboren te Delfshaven 25-november-1577'.
Rechts is het wapen van Holland te zien: een staande leeuw met een kroon, met de inscriptie 'De heldendood gestorven op
20 juni 1629'. Het immense beeld dat inclusief voetstuk 6,26 meter hoog is, heeft vele jaren de verkeerde richting uit gekeken:
het beeld keek naar het centrum van Rotterdam. Op 28 september 1985 is het standbeeld van Piet Heyn gedraaid. Sindsdien kijkt
hij weer uit over de Achterhaven, naar de rivier en de zee ! |
D E L F S H A V E N , de stad van Piet Heyn Delfshaven ontstond in 1389 toen de Delfshavense Schie werd gegraven
om de stad Delft een verbinding met de Merwe (nu Nieuwe Maas) te geven. De stad Delft had
in dat jaar toestemming van hertog Aelbrecht van Beieren, graaf van Holland
en Zeeland, gekregen om een eigen scheepvaartverbinding te graven. Delft had in die tijd
twee belangrijke industrieën: bierbrouwerijen en de lakennijverheid. Deze twee
bedrijfstakken produceerden belangrijke exportproducten. Delft kon weliswaar
van de Rotterdamse sluis gebruik maken (Delftsevaart, sinds 1340), maar men
moest hier voor tol betalen. Bovendien had Rotterdam zelf brouwerijen en
lakennijverheid. Genoeg redenen voor Delft om eindelijk een eigen verbinding met de
Nieuwe Maas te hebben en de concurrerende stad Rotterdam zo een slag voor te blijven.
Voortaan konden de schepen vanuit Delft via Delftse Schie aan Overschie voorbij door
middel van de nieuwe Delfshavense Schie de Nieuwe Maas bereiken.
Rondom deze sluis ontstond het havenstadje Delfshaven. Dit stadje was niet
zelfstandig, maar had de status van een 'kolonie'.
![]() Kaart van Delfshaven
De eerste huizen werden gebouwd aan de Kolk (nu Aelbrechtskolk) en de Haven
(nu Voorhaven). Het ging goed met het stadje en in 1451 werd een tweede haven gegraven,
de Nieuwe Haven (nu Achterhaven). Het Achterwater vormde de verbinding tussen kolk
en de Nieuwe Haven. In het begin van de zestiende eeuw telde Delfshaven zo'n 117 huizen
en vierhonderd inwoners. De meeste huizen waren van hout. Aan de groei van
Delfshaven kwam een einde toen de Hoeken in 1488 (Hoekse en Kabeljouwse twisten)
enorme verwoestingen aanrichten. De troepen van de Hoekse edelman Frans van Brederode
plunderden Delfshaven uit en staken vele huizen en ook schepen in brand. Bijna een eeuw
later in 1572 was het weer raak. De Watergeuzen, die vijf dagen ervoor Den Briel
hadden ingenomen, vielen Delfshaven binnen. Nog geen week later volgden de Spanjaarden
(tachtigjarige oorlog), die onder de bevelhebber Bossu, het stadje in de as legden. ![]() ![]()
Wapen van Delfshaven Wapen van Rotterdam In 1638 kreeg de Delfshavense haringvisserij echter een grote klap te
verwerken. Tien bezitters van haringbuizen vertrokken met 36 schepen
naar Rotterdam. Delfshaven verloor hierdoor bijna de helft van zijn haringbuizen.
Geschrokken door deze massale verhuizing wijzigde de stad Delft haar in 1536 vastgelegde
houding en de beperkingen uit dat jaar werden opgeheven. Delfshavenaren hadden nu
weer meer vrijheid om een bedrijf uit te oefenen met uitzondering van het bierbrouwen.
Dit monopol bleef in handen van Delft. Zo kwamen er zoutketen (voor het conserveren
van vis), kuiperijen (voor de haringtonnen) scheepswerven en taanderijen (taan werd
gebruikt om touw, zeilen en netten tegen rotting te beschermen).
De VOC (Verenigde Oostindische Compagnie) breidde het aantal magazijnen, loodsen en
werven uit.
Aan het einde van de zeventiende eeuw begon de opkomst van de brandewijnindustrie.
Een groot deel van de brandewijn en jenever werden in de achttiende eeuw in Rotterdam,
Schiedam en Delfshaven gestookt. Van de tweehonderd Hollandse branderijen in 1772
stonden er 122 in Schiedam. Rotterdam en Delfshaven hadden er elk 22. Door deze
nieuwe bestaansbron verrezen aan de randen van Delfshaven windmolens voor het malen
van mout (gekiemde graankorrels). In de branderijen stookte men hieruit moutwijn
en distilleerde men het vocht, na toevoeging van speciale kruiden, tot jenever.
|
![]() ![]() |
Argentum Aurode roem niets. Duits: Die Tat is alles, nichts der Ruhm. (J.W.von Goethe : Duitse schrijver en dichter 1749-1832) |
![]() |
![]() |
|
|